Alchemische spagyrie & gemmotherapie

Alchemische spagyrie

Alchemische spagyrie is een opmerkelijke, oeroude geneeswijze voor mens en dier die zijn oorsprong vindt in Egypte. Men weet niet precies wanneer de alchemie is ontstaan. Men kan deze in principe beschrijven als de voorloper van onze moderne scheikunde. Paracelsus (1493 – 1541) wordt de grondlegger genoemd van de spagyrie.
De alchemist gebruikt processen van zuivering en transformatie om zijn diepste kern – het innerlijke goud – tot het centrum van zijn wezen te maken. Daartoe opent hij zich voor het mysterie van het leven, zodat hij de kosmische principes kan leren kennen en integreren die op ieder niveau van het bestaan werkzaam zijn.
Het woord Spagyrie verwijst naar het productieproces dat zich kenmerkt door het ‘scheiden’, ‘zuiveren’ en ‘samenvoegen’ van de bestanddelen van een medicinale plant, waardoor een krachtige ‘essence’ ontstaat.

De grondgedachte bij Spagyrie is dat in de natuur alles te vinden is dat de mens voor zijn heelwording nodig heeft. Het effect ervan is gebaseerd op het alchemistische concept van transformatie. Dat wil zeggen dat de behandeling zich eerder richt op het overstijgen van een klacht dan op het bestrijden van een klacht.

Spagyrie biedt een holistische benadering voor het welzijn van de mens. Zij richt zich zowel op het lichaam (fysieke component van ons wezen) als de ziel (emotionele component) en de geest (mentaal-spirituele component). Spagyrische middelen bieden ons een harmonieuze synergie van fytotherapie (kruidengeneeskunde), homeopathie, aromatherapie en mineralen-therapie. 

Gemmotherapie

Gemmotherapie wordt ook wel ‘de geneeskunde van de knoppen’  of  ‘de baarmoeder van de planten’ genoemd. Het is afgeleid van het Latijnse woord ‘gemmae’, oftewel knop en ‘therapia’, oftewel verzorging. Het gebruik van knoppen en jong plantenweefsel kent men al van de tijd van de oude Egyptenaren.
De gemmotherapie is een onderdeel van de fytotherapie dat bladknoppen en jonge spruiten (scheuten) van bomen en struiken gebruikt. Deze worden tijdig geoogst gedurende hun natuurlijke ontwikkeling en worden heel vers verwerkt door maceratie in een mengsel van water, alcohol en glycerine.

Knoppen en jonge spruiten bestaan uit embryonale weefsels in volle ontwikkeling die de totale kracht inhouden van de toekomstige boom of struik. Daarom vindt men er een echte concentratie van energie en vitaliteit. Ze bevatten eveneens veel actieve principes die niet meer aanwezig zijn in het volwassen gewas.
Men begrijpt zoveel beter waarom de knop overvloeit van zoveel rijkdommen: hij bevat alle schatten van de bloem EN van het blad EN van de vrucht EN van de stengel… het geheel in één knop.
De hoofdwerking van gemmotherapie richt zich enerzijds op drainage, d.w.z. het verwijderen van toxines uit het lichaam, anderzijds op de opbouw van het hele organisme, dan wel opbouw/stimulans voor specifieke organen of orgaansystemen.
De drainage kan breed worden gezien: niet alleen vindt eliminatie van toxines plaats via o.a de nieren, lever, darmen, longen, huid, maar ook via het bloed- en lymfesysteem. Als men bedenkt dat de natuurgeneeskunde zijn basis heeft in drainage en opbouw, dan is wel duidelijk hoe waardevol gemmotherapie in de praktijk kan zijn.

Zo werkt de Zwarte Bes, het belangrijkste middel in de gemmotherapie, op de bijnierschors en heeft ze een lichte cortisone-achtige werking. Ze wordt vooral gebruikt bij gewrichtsontstekingen en bij allergie. De Populier werkt vooral op de slagaders van de onderste ledematen, te gebruiken bij krampen in benen en voeten, maar is ook een goed middel bij gewrichtsontstekingen. De Lijsterbes verbetert de tonus, de spankracht van de aderen en is dus aangewezen bij spataderen of bij circulatieproblemen in de overgang.

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x